Scan da man!
Een beetje vreemde titel wellicht, maar hij is ontsproten naar analogie van een grapje dat ik bijna 30 jaar geleden maakte over meneer Jennen, de directeur van de pedagogische academie waar ik zat. Op het zogenaamde “joelfeest”, een groots gebeuren met muziek, cabaret en dans was ik zelf als zingende en grappende one man show artiest aanwezig. Ik refereerde toen aan onze directeur als het geheim dat je deelt met Sandeman (een knipoog naar een tv reclame over een bekend sherrymerk, waar je steeds een soort Zorro verschijning uit het beeld zag vluchten). Meneer Jennen deed wat een kenmerk is van veel directeuren in het onderwijs : ze maken zichzelf onzichtbaar voor leerlingen en meestal ook voor leraren.
Veel is er sinds die tijd niet veranderd; de managers in het onderwijs zijn inderdaad op de plek waar het onderwijs plaatsvindt niet of nauwelijks aan te treffen! Desalniettemin zijn het wel die zelfde managers die het functioneren van de docenten willen (of moeten? van nog hogere managers) bespreken en op afzienbare termijn ook willen gaan beoordelen. Een fenomeen overigens dat zich niet alleen in het onderwijs voordoet. Heel essentieel in het onderwijs is momenteel de discussie omtrent de vele uren lesuitval, vooral in het voortgezet onderwijs, maar ook bijvoorbeeld in de tak van sport waar ik werkzaam ben: het middelbaar beroeps onderwijs. Nu is het zo dat de meeste leraren echt goedzakken zijn, die heel veel overhebben voor de jongens en meisjes met wie zij verbonden zijn. Ze laten in principe nooit lessen uitvallen als het aan hen zelf ligt. Dokters-, ziekenhuis-, tandartsbezoeken, begrafenissen, bezoek aan fysiotherapeut of andere therapeuten (die heb je namelijk hard nodig als je in het onderwijs werkt), alles wordt zo veel mogelijk geregeld na schooltijd of in schoolvakanties of in ieder geval niet in lesgebonden uren. Ziek zijn doen leraren trouwens bij voorkeur in weekends en in vakanties; de bekende spanningshoofdpijnen dan wel migraine aanvallen treden meestal op vrijdagmiddag na schooltijd op, als andere mensen gaan genieten van een welverdiend weekend.Ook de bekende griepjes treden liefst op in de carnavals- of kerstvakantie. Een ander nadelig effect van ziek zijn is trouwens voor leraren dat het werk echt niet door iemand anders gedaan wordt wanneer jij er niet bent, je kunt dus maar beter gewoon werken, want als je na je ziekte terugkeert, ligt er een nog hogere berg werk op je te wachten.
(zie kolom midden voor vervolg)
![]() | | |
(vervolg van kolom links.....)
![]() |
Maar dat is meestal niet de motivatie van die leraar om er te zijn; hij/zij voelt zich doorgaans gewoon heel erg verantwoordelijk en is heel betrokken bij het wel en wee van zijn leerlingen en daarom vindt de leraar dat hij er gewoon zijn moet. Toch is die leraar ook maar een gewoon mens: hij wordt wel eens ziek, heeft de griep, raakt overspannen of heeft een burn-out. Nu zijn die laatste twee klachten wel erg ingrijpend, op de eerste plaats natuurlijk voor de leraar zelf, maar ook voor de onderwijsorganisatie, want dan is die leraar wel een hele tijd uit de running. Toen ik begon te vervangen in het basisonderwijs, zo’n 17 jaar geleden, kwam ik op basisscholen waar het “overspannen zijn” van sommige collega’s een jaarlijks ritueel geworden was. Ieder jaar voltrok zich bij bepaalde leraren hetzelfde proces : men kwam werken op de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar, hield dit zo’n weekje of 6 vol en vervolgens kwam de onvermijdelijke ziekmelding met de boodschap “overspannen” binnen. Dat ziekteproces nam zo’n slordige 6 maanden in beslag en ergens rond de paasvakantie kwamen de zieke collega’s dan weer terug om vervolgens het schooljaar af te maken. Bij sommige mensen ging dit al enige jaren zo. U begrijpt dat dit stof tot discussie vormde bij de andere collega’s die willens en wetens al jaren stug doorwerkten en “er voor gingen”.
Enfin, terug naar de lesuitval. Ook op mijn school hebben we te maken met lesuitval, maar niet zozeer doordat de leraren er te weinig zijn. Het is eerder zo, dat de studenten, die wij deelnemers noemen, er niet zijn. In het verleden werden er presentielijsten gehanteerd, waarop de deelnemers hun handtekening moesten plaatsen. Dat kostte nogal wat tijd en papier en iedereen vroeg zich af wie die lijsten controleerde of wat de consequenties van veelvuldige afwezigheid voor de deelnemers zouden zijn. Het kwam er op neer dat de lijsten gewoon in de papierversnipperaar belandden en dat de mentor of leraar consequenties aan verzuim moest verbinden. Zoals de meeste goedzakken van leraren wist ik natuurlijk zelf wel wie er wel en niet aanwezig waren in mijn les; ik hield dat namelijk zelf bij. De lijsten liet ik braaf circuleren en tekenen en ik deponeerde ze bij de administratie op het einde van een schooldag. Consequenties naar deelnemers trok ik zelf wel aan de hand van mijn eigen verzuimregistratie: een goed of stevig gesprek was meestal genoeg om deelnemers weer in het gareel te krijgen. Voor de ernstigere gevallen lag een schriftelijk studie advies klaar. Maar al die zaken waren meestal niet nodig: mijn lessen zijn altijd goedbezocht geworden door deelnemers, wat mij de feedback gaf dat ik het klaarblijkelijk voor die deelnemers niet onaardig deed als docent.Opeens echter werden de richtlijnen van bovenaf scherper: met name de cruciale teldatum was van levensbelang voor de bekostiging. | |
vervolg van kolom midden
![]() |
U moet namelijk weten dat onze deelnemers ons brood (en het beleg) leveren. Daarnaast was er vanuit allerlei pressiegroepen zoveel druk op de landelijke politiek uitgeoefend om lesuitval te lijf te gaan, dat vrijwel alle scholen overstag moesten gaan omdat ze anders simpelweg in hun eigen vlees zouden snijden. Op onze school werd op experimentele basis het scanapparaat geďntroduceerd: een plastic apparaatje dat iets kleiner is dan een gsm, die de streepjescode van de schoolpasjes van de deelnemers kan “lezen”. Op het einde van de dag laat de docent zijn scanapparaat uitlezen in een centrale computer en alle deelnemers staan geregistreerd. Simple as that, een kind kan de was doen. Het goede nieuws daarbovenop was dat aanwezigheid nu ook consequenties zou hebben voor de deelnemer in de zin van de hoogte van de studiefinanciering. Broeva, haro (zie de strips van Asterix) eindelijk zou er wat gebeuren. Maar helaas, het systeem werkte niet helemaal mee. Behalve dat er technisch wel eens een en ander misging was het systeem zeker niet foolproof. Want lessen staan geregistreerd op bepaalde tijden in een lesrooster en dat rooster is niet altijd even docent- en/of leerlingvriendelijk. Dus : deelnemers gaven elkaar pasjes mee “scan jij even voor mij”, of de docent nam alle pasjes vriendelijk (maar vooral tijdelijk) in, om op het juiste moment te scannen (de les vond dus op een ander, lees “gunstiger” tijdstip plaats) of de docent was het scanapparaat per ongeluk kwijt, had het thuis vergeten of in zijn tas laten liggen. Daarnaast was de papieren rompslomp nog niet voorbij want de uitdraaien van het heilige computersysteem kwamen weer in papieren vorm terecht bij de docenten, die hun deelnemers moesten aanspreken op afwezigheid. Die afwezigheid bleek meestal niet te kloppen, want ik had de deelnemer vrijwel altijd gezien………oh ja, er was een ziekmelding binnengekomen op de centrale telefooncentrale, maar de deelnemer had verzuimd zich ook weer beter te melden……….
Tja, u ziet het wel : ik ben te dom voor deze wereld, ik begrijp die dingen gewoon niet. Maar misschien is het een idee om docenten te gaan scannen, net zoals dat in fabrieken bij inlogapparaten gebeurt. En daarnaast kun je ook managers scannen, want als managers de afwezigheid van hun docenten niet helemaal meer vertrouwen en dat andersom ook zo is, dan zie ik maar één oplossing : scan da man!!
Haiko
| |